ECLI:NL:RVS:2025:6141
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens verwijtbaar handelen en bevoegdheidsgebrek SUWR
De Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (SUWR) wees de aanvraag van appellante om een urgentieverklaring af, omdat zij bij het aangaan van de huurovereenkomst wist dat zij de huurprijs niet kon betalen. Dit vormde een verwijtbaar doen of nalaten binnen twee jaar voorafgaand aan de aanvraag, wat volgens de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 een weigeringsgrond is.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de SUWR terecht de aanvraag had afgewezen. De Huurcommissie had de huurprijs verlaagd, waardoor appellante niet meer voldeed aan de urgentiecriteria. De SUWR zag geen reden de hardheidsclausule toe te passen.
In hoger beroep stelde appellante dat de SUWR niet bevoegd was het besluit te nemen, omdat de delegatie van bevoegdheid aan de SUWR niet wettelijk was geregeld. De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dit bevoegdheidsgebrek, maar passeerde het omdat het college van burgemeester en wethouders het besluit later bekrachtigde. De inhoudelijke beoordeling bevestigde dat de weigeringsgrond terecht was toegepast en dat de hardheidsclausule niet van toepassing was.
De Afdeling veroordeelde de SUWR tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbeterde motivering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.