ECLI:NL:RVS:2025:5981
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- N. Verheij
- H. Benek
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen intrekking motorfietsverbod op Zuiderdijk en Schellinkhouterdijk
Het college van burgemeester en wethouders van Drechterland had bij besluit van 3 mei 2021 een weekendverbod voor motorfietsen ingesteld op de Zuiderdijk en Schellinkhouterdijk. Na een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak waarin het besluit onzorgvuldig werd bevonden, nam het college op 17 december 2024 een nieuw besluit waarin het eerdere verbod werd ingetrokken. Dit besluit werd onderbouwd met een geluidsonderzoek van Valersi Geluidbureau.
Tegen het intrekkingsbesluit stelden twee omwonenden beroep in. Zij voerden aan dat het college de geluidsoverlast en verkeersveiligheid onvoldoende had meegewogen en dat het rapport gebrekkig was. Ook stelden zij dat hun belangen onvoldoende waren betrokken en dat het verbod een goede oplossing was om overlast te verminderen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college binnen zijn beoordelingsruimte redelijk heeft gehandeld. Het college had gemotiveerd dat de verkeersveiligheid niet uitsluitend door motorfietsen werd bedreigd en dat het geluidsonderzoek onvoldoende aanleiding gaf voor het verbod. De bezwaren over het rapport werden niet aannemelijk gemaakt. Ook was de belangenafweging niet onevenredig, waarbij het college erkende de problemen maar terecht vond dat een verbod alleen voor motorfietsen onevenredig zou zijn.
De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen tegen het intrekken van het weekendverbod voor motorfietsen worden ongegrond verklaard.