ECLI:NL:RVS:2025:5969
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende woonduur in regio
Appellante, moeder van drie minderjarige kinderen, diende een aanvraag in voor een urgentieverklaring omdat zij geen passende woning had en op diverse adressen verbleef. Het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal wees deze aanvraag af omdat appellante ten tijde van de aanvraag niet minimaal twee jaar inwoner was van een gemeente binnen de regio Zuid-Kennemerland.
Appellante verbleef van 2017 tot 2022 in het buitenland en keerde in 2022 terug naar Nederland, waarna haar kinderen onder toezicht werden gesteld. Na diverse inschrijvingen in verschillende gemeenten en een kort verblijf in Portugal, schreef zij zich opnieuw in in Bloemendaal in februari 2023. De aanvraag voor urgentie werd ingediend in mei 2023.
Het college zag geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een uitzonderlijke situatie die snelle toewijzing van woonruimte vereiste. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Afdeling oordeelde dat appellante geen nieuwe gronden had aangevoerd die de eerdere gemotiveerde beoordeling onjuist of onvolledig maakten. Ook de verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad uit 2012 faalde omdat de situatie van appellante wezenlijk verschilde. Het hoger beroep werd verworpen en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de urgentieverklaring wordt bevestigd.