ECLI:NL:RVS:2025:5954
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- B.P. Vermeulen
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling subsidie wegens ontbreken stimulerend effect bij viskweekproject
Het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland stelde de subsidie aan ’t Smallert op nihil en vorderde de reeds betaalde voorschotten terug omdat werkzaamheden voor het project waren gestart vóór de subsidieaanvraag, waardoor het vereiste stimulerend effect ontbrak.
Twentevis, penvoerder van het project, en ’t Smallert maakten bezwaar en gingen in beroep tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Twentevis stelde in hoger beroep dat de werkzaamheden geen onderdeel waren van het project en dat de gevolgen van nihilstelling onevenredig waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat Twentevis terecht als belanghebbende werd aangemerkt, maar dat de rechtbank gemotiveerd had geoordeeld dat de werkzaamheden vóór de subsidieaanvraag waren uitgevoerd en dat het college terecht de subsidie op nihil had gesteld om onrechtmatige staatssteun te voorkomen.
De Afdeling bevestigde dat het college het evenredigheidsbeginsel in acht had genomen en dat de belangen bij naleving van staatssteunregels zwaarder wogen dan de nadelige gevolgen voor Twentevis en ’t Smallert. Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de nihilstelling en terugvordering van de subsidie aan ’t Smallert wegens het ontbreken van een stimulerend effect.