ECLI:NL:RVS:2025:5917
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- B.P. Vermeulen
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens termijnoverschrijding
Bij besluit van 6 januari 2025 stelde de minister de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel buiten behandeling, legde hem een terugkeerbesluit op en vaardigde een inreisverbod uit. Betrokkene stelde beroep in, maar overschreed de wettelijke termijn van één week. De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk vanwege een vermeende taalbarrière en het late telefonische contact met de gemachtigde.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze ontvankelijkheidsverklaring. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de termijnoverschrijding niet aan betrokkene toerekende. De taalbarrière en het ontbreken van mondeling contact zijn risico's van betrokkene. Ook waren er geen bijzondere persoonlijke omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
Verder bleek dat betrokkene in het Verenigd Koninkrijk verbleef met een geldige registratiekaart voor internationale bescherming, waardoor geen onmiskenbare schending van artikel 3 EVRM Pro bij uitzetting aannemelijk was. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare omstandigheden.