ECLI:NL:RVS:2025:5870
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- C.C.W. Lange
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing omzettingsvergunningen zelfstandige woonruimte in Zaanstad
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad verleende in augustus 2021 vergunningen voor het omgezet houden van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte aan verschillende partijen. De rechtbank Noord-Holland verklaarde beroepen van deze partijen gegrond en vernietigde de besluiten deels vanwege onvoldoende belangenafweging bij de overgangsbepalingen van de Huisvestingsverordening.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd hoe het terugbrengen van het aantal huurders binnen twee jaar bijdraagt aan het tegengaan van nadelige effecten van woningtekort en dat de overgangsbepalingen niet specifiek genoeg rekening hielden met individuele belangen van investeerders en huurders.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de overgangsbepalingen in deze concrete gevallen buiten toepassing moesten worden gelaten vanwege onvoldoende belangenafweging, maar vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover de besluiten van augustus 2021 waren herroepen. Het college moet binnen tien weken nieuwe besluiten nemen met inachtneming van de uitspraak, waarbij alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is.
De Afdeling benadrukte dat het college bij de nieuwe besluitvorming de hardheidsclausule kan toepassen en dat de belangen van bestaande investeerders en huurders zorgvuldig moeten worden meegewogen. De proceskostenveroordeling aan het college werd vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het college moet nieuwe besluiten nemen met een zorgvuldige belangenafweging.