ECLI:NL:RVS:2025:5800
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en afwijzing voorlopige voorziening
De minister van Asiel en Migratie wees op 26 februari 2025 de aanvraag van appellant om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 28 oktober 2025 niet-ontvankelijk verklaarde. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De motivering van de rechtbank werd overgenomen, aangezien het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevatte voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Er waren ook geen bijzondere omstandigheden aanwezig die een afwijking rechtvaardigden.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De minister werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd op 2 december 2025 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter V.V. Essenburg.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.