ECLI:NL:RVS:2025:5780
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing in hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielberoep
Appellant heeft op 27 mei 2025 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig indienen van de gronden van beroep binnen de hersteltermijn.
Appellant stelde in hoger beroep dat de hersteltermijn door een algemeen erkende feestdag (Tweede Pinksterdag) verlengd moest worden, waardoor zijn indiening op 10 juni 2025 wel tijdig was. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard en stelde het hoger beroep gegrond.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling, waarbij het oordeel van de Raad van State in acht moet worden genomen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.