ECLI:NL:RVS:2025:5663
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- J.M. Willems
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
Bij besluit van 9 oktober 2024 stelde de minister betrokkene in bewaring op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000, gebaseerd op meerdere zware en lichte gronden uit het Vreemdelingenbesluit 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat een feitelijke vaststelling van een zware grond niet volstaat en dat de motivering onvoldoende op betrokkene was toegespitst. De minister had voldoende toegelicht dat betrokkene illegaal Nederland was binnengekomen en niet over voldoende middelen beschikte, waardoor het risico op onttrekking aan toezicht bestond.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, maar verklaarde het beroep alsnog ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard met afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.