ECLI:NL:RVS:2025:5651
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake machtiging tot voorlopig verblijf na afwijzing minister
De minister van Asiel en Migratie heeft op 9 mei 2025 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor betrokkenen afgewezen. Betrokkenen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 3 oktober 2025 het besluit van de minister vernietigde en de minister opdroeg binnen vier weken een mvv te verstrekken.
De minister heeft vervolgens hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. Betrokkenen hebben een schriftelijke uiteenzetting ingediend.
De voorzieningenrechter heeft op 24 november 2025 bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de minister geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan in het openbaar door voorzieningenrechter J.M. Willems.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.