ECLI:NL:RVS:2025:5651

Raad van State

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
BRS.25.001714
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake machtiging tot voorlopig verblijf na afwijzing minister

De minister van Asiel en Migratie heeft op 9 mei 2025 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor betrokkenen afgewezen. Betrokkenen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 3 oktober 2025 het besluit van de minister vernietigde en de minister opdroeg binnen vier weken een mvv te verstrekken.

De minister heeft vervolgens hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. Betrokkenen hebben een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

De voorzieningenrechter heeft op 24 november 2025 bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de minister geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan in het openbaar door voorzieningenrechter J.M. Willems.

Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

BRS.25.001714
Datum uitspraak: 24 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 3 oktober 2025 in zaak nr. NL25.25256 in het geding tussen:
[referent], [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3], [betrokkene 4], [betrokkene 5] en [betrokkene 6] (betrokkenen)
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 9 mei 2025 heeft de minister de aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 3 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkenen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en herroepen, bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en de minister opgedragen om binnen een termijn van vier weken betrokkenen in het bezit te stellen van een mvv.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Betrokkenen, vertegenwoordigd door T.J.J.M. Wijngaard, advocaat in Haarlem, hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.        De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op haar hoger beroep heeft beslist.
2.        Gelet op de belangen die de minister en betrokkenen naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3.        De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.C.M. van Trappen, griffier.
w.g. Willems
voorzieningenrechter
w.g. Van Trappen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 november 2025
985