ECLI:NL:RVS:2025:5623
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bestemmingsplan Schiermonnikoog met uitsterfregeling voor tweede woningen
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 19 november 2025 uitspraak gedaan over beroepen tegen het bestemmingsplan "Verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp" van de gemeente Schiermonnikoog. Een belangrijk onderdeel van het geschil betreft de zogenoemde tweede woningen, die zowel permanent als recreatief worden gebruikt. De eigenaren wensten een bestemming die onbeperkt beide gebruiksvormen toestaat, maar de raad koos voor een woonbestemming met een uitsterfregeling voor recreatief gebruik.
De uitsterfregeling houdt in dat recreatief gebruik niet mag worden hervat als het langer dan een jaar is onderbroken. Dit beleid is gemotiveerd met het oog op het woningtekort en de leefbaarheid van het eiland. De Afdeling oordeelt dat de raad deze keuze deugdelijk heeft gemotiveerd en dat het recreatieve gebruik al lange tijd onder overgangsrecht viel. De brieven uit 2009 van het college die een dubbele gebruiksmogelijkheid suggereerden, binden de raad niet, en het bestemmingsplan uit 2009 stond recreatief gebruik niet toe.
Wel constateert de Afdeling dat in het bestemmingsplan van 15 februari 2022 het vereiste van "bestaande" recreatieve bewoning onjuist is toegepast, waardoor voor sommige woningen recreatief gebruik niet mogelijk is terwijl dat wel de bedoeling was. Dit is hersteld in het herstelbesluit van 16 juli 2024, maar ook dat besluit bevat onduidelijkheden in de planregelredactie die tot rechtsonzekerheid leiden. Voor vijf specifieke woningen moet de raad de planregels aanpassen. Daarnaast zijn er enkele individuele situaties waarin de Afdeling het beroep gegrond verklaart.
De Afdeling wijst erop dat de uitsterfregeling een redelijke termijn biedt om een keuze te maken tussen permanente en recreatieve bewoning en dat de belangen van eigenaren voldoende zijn meegewogen. De meeste beroepsgronden falen, ook die over het vertrouwensbeginsel, rechtszekerheid en motivering. De raad wordt opgedragen de geconstateerde gebreken binnen 26 weken te herstellen.
Uitkomst: De Afdeling verklaart de beroepen grotendeels ongegrond en bevestigt de uitsterfregeling met enkele aanpassingen in de planregels.