ECLI:NL:RVS:2025:5560
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 21 augustus 2025 niet in behandeling is genomen. Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 3 november 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Verzoeker verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zijn voorgenomen overdracht aan Duitsland op 18 november 2025 niet zou plaatsvinden, totdat op het hoger beroep is beslist, en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de rechtbankuitspraak zal worden vernietigd en dat de overdracht geen onomkeerbare gevolgen heeft.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. Mocht uiteindelijk blijken dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, dan kan verzoeker vanuit Duitsland worden teruggeleid naar Nederland.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Duitsland wordt afgewezen.