Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:5473

Raad van State

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
12 november 2025
Zaaknummer
202204793/1/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.P.M. van Ravels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.6 Invoeringswet OmgevingswetWet ruimtelijke ordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen vaststelling bestemmingsplan Gemert-Bakel Buitengebied met wijziging natuurbestemming

De raad van de gemeente Gemert-Bakel stelde op 12 mei 2022 het bestemmingsplan 'Gemert-Bakel Buitengebied, herziening december 2021' vast, waarin onder meer de ontwikkeling van natuur en landschap wordt bevorderd via een ecologische verbindingszone. Het plan voorziet in een wijziging van de bestemming 'Natuur', waaronder het verwijderen en verplaatsen van een houtwal en het deels verleggen van de waterloop Esperloop.

Appellant, een intensieve veehouder nabij het plangebied, betoogde dat de raad ten onrechte was uitgegaan van het projectplan van het Waterschap Aa en Maas uit 2019, omdat dit plan onvoldoende rekening zou houden met vernattingseffecten op zijn bedrijfsvoering. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het agrarische perceel van appellant niet binnen het plangebied valt en dat het projectplan onherroepelijk is verklaard in een eerdere uitspraak, waardoor de raad terecht van de juistheid daarvan is uitgegaan.

Verder concludeerde de Afdeling dat appellant zijn algemene stellingen over strijd met regelgeving, belangenafweging en overleg onvoldoende had onderbouwd. Het verzoek om tegemoetkoming in planschade werd afgewezen omdat hiervoor een aparte procedure bestaat en er geen aanwijzingen waren dat de waardevermindering van het perceel zodanig was dat de raad dit had moeten meewegen.

Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en de raad hoefde geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard en het plan blijft ongewijzigd van kracht.

Uitspraak

202204793/1/R2.
Datum uitspraak: 12 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend in Bakel, gemeente Gemert-Bakel,
appellant,
en
de raad van de gemeente Gemert-Bakel,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 12 mei 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Gemert-Bakel Buitengebied, herziening december 2021" (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant] en de raad hebben een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op zitting behandeld op 23 september 2025, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door P. Fermont, zijn verschenen.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerp van het bestemmingsplan is op 30 december 2021 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
2.       Met het bestemmingsplan wil de raad onder meer de ontwikkeling en instandhouding van natuur en landschap in het kader van de ecologische verbindingszone (hierna: EVZ) Esperloop Geneneind-Neerstraat in Bakel mogelijk maken. Het bestemmingsplan voorziet onder meer in een wijziging van de bestemming "Natuur", zodat een bestaande houtwal kan worden verwijderd en verplaatst kan worden en het traject van de waterloop de Esperloop deels kan worden verlegd. [appellant] woont aan [locatie] in Bakel, nabij de gronden waarop het bestemmingsplan betrekking heeft. Hij exploiteert op zijn gronden een intensieve veehouderij en teelt gewassen. Hij is het niet eens met de vaststelling van het bestemmingsplan, onder meer omdat hij vreest voor vernatting die de bedrijfsvoering op zijn gronden aantast.
Toetsingskader
3.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Gronden van het beroep
4.       [appellant] betoogt, samengevat weergegeven, dat de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan met de daarin opgenomen bestemming "Natuur" ten onrechte is uitgegaan van de juistheid van het besluit van het dagelijks bestuur van Waterschap Aa en Maas (hierna: het dagelijks bestuur) van 22 februari 2019 tot vaststelling van het projectplan "Esperloop, Geneneind" (hierna: het projectplan) voor de verlegging van de Esperloop. In dat projectplan zijn volgens hem de gevolgen van de vernatting voor de bedrijfsvoering op zijn gronden onvoldoende betrokken en is uitgegaan van onjuiste aannames.
4.1.    Zoals [appellant] ter zitting heeft bevestigd, maakt zijn agrarisch perceel geen deel uit van het plangebied.
De Afdeling is van oordeel dat de raad voor afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de bestemming "Natuur" in verband met de verlegging van de Esperloop en de gevolgen daarvan voor de bedrijfsvoering van [appellant] terecht is uitgegaan van de juistheid van het projectplan, waarin die gevolgen zijn onderzocht. Het hoger beroep van [appellant] in de procedure over dat besluit is ongegrond verklaard in de uitspraak van de Afdeling van 19 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1972, waardoor het besluit onherroepelijk is geworden. In die uitspraak heeft de Afdeling onder 3.2 overwogen dat in hetgeen [appellant] over het projectplan had aangevoerd geen reden is gelegen te twijfelen aan de uitkomsten van het hydrologisch onderzoek dat aan het besluit van het dagelijks bestuur ten grondslag ligt. Gelet op de uitkomsten van het hydrologisch onderzoek is aannemelijk dat bij de uitvoering van de maatregelen zoals deze zijn beschreven in hoofdstuk 4 van het projectplan, niet zodanige nadelige effecten optreden bij het perceel van [appellant] die maken dat het dagelijks bestuur het projectplan niet in redelijkheid had mogen vaststellen, aldus de uitspraak van de Afdeling.
Het beroepschrift van [appellant] bevat geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de raad zich voor de natuurbestemming niet op het onherroepelijke projectplan kon baseren. De algemene stellingen in het beroepschrift over de strijd met hogere regelgeving, het beleid, gewekte verwachtingen, een onjuiste belangenafweging en onvoldoende overleg heeft hij niet nader onderbouwd.
Het betoog slaagt niet.
Verzoek om tegemoetkoming in planschade
5.       Voor zover [appellant] verzoekt om tegemoetkoming in schade veroorzaakt door het bestemmingsplan, overweegt de Afdeling dat voor een eventuele tegemoetkoming in planschade voor [appellant] een aparte procedure met eigen rechtsmiddelen bestaat. Wat de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van het perceel van [appellant] betreft, bestaat geen aanleiding voor de verwachting dat die waardevermindering zo groot zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan hij heeft gedaan.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
6.       Het beroep is ongegrond.
7.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, griffier.
w.g. Van Ravels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Boermans
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 november 2025
429-1135