ECLI:NL:RVS:2025:5468
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging gedeeltelijk vonnis inzake urgentieverklaring en vergoeding medische rapportkosten
Appellant vroeg op medische gronden een urgentieverklaring aan vanwege zijn woonsituatie bij zijn ouders met complexe medische problematiek. Het college wees de aanvraag en het bezwaar af, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. Appellant stelde hoger beroep in en trok grotendeels zijn beroepsgronden in, behoudens de kostenvergoeding voor medische rapporten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant redelijkerwijs een medisch deskundige mocht inschakelen gezien de medische problematiek en dat de gemaakte kosten niet onredelijk waren. De rechtbank had ten onrechte een uitzondering gemaakt op de hoofdregel voor vergoeding van deskundigenkosten.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van het vonnis dat de vergoeding van medische rapportkosten afwees, bevestigde de rest van het vonnis en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten inclusief griffierecht. De zaak betreft de toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en de redelijkheid van deskundigenkosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de kosten voor medische rapporten en proceskosten.