ECLI:NL:RVS:2025:5407
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onrechtmatige grensdetentie en toekenning schadevergoeding
Appellant werd op 31 januari 2025 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de grensdetentie niet langer dan dertien weken mag duren conform artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 9, eerste lid, van de Opvangrichtlijn. De rechtbank had moeten constateren dat de grensdetentie vanaf 17 maart 2025 onrechtmatig was omdat deze geen doel meer diende, aangezien de asielprocedure op 8 mei 2025 zou worden behandeld.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en kende aan appellant een schadevergoeding toe over de periode van 17 maart 2025 tot en met 3 juli 2025. Ook werden de proceskosten ten laste van de minister van Asiel en Migratie aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en aan appellant wordt een schadevergoeding toegekend.