ECLI:NL:RVS:2025:5396
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van een appellant tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De aanvraag werd afgewezen op 2 juni 2023. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar van de appellant ongegrond op 12 april 2024. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, verklaarde op 3 juli 2025 het beroep van de appellant ongegrond. De appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Arikan, heeft hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 12 november 2025 uitspraak gedaan. Het hoger beroep is ongegrond verklaard. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak van 4 september 2025, waarin een vergelijkbare rechtsvraag is behandeld. De minister van Asiel en Migratie hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.H.M. Boom, griffier. De beslissing is openbaar uitgesproken op 12 november 2025.