ECLI:NL:RVS:2025:5387
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 21 december 2023 is afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing op 2 oktober 2025 ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat hij recht heeft op opvang en verstrekkingen. Tevens wordt de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, specifiek de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 6 november 2025 en betreft een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht. Hiermee wordt de positie van verzoeker in afwachting van de beslissing op het hoger beroep beschermd.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.