ECLI:NL:RVS:2025:5351
Raad van State
- Hoger beroep
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Vergunning kamerbewoning Rotterdam bevestigd ondanks bezwaar buurtbewoner
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 22 juni 2020 een vergunning voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen aan de eigenaar van een woning aan een adres in Rotterdam. Een buurtbewoner maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de kamerbewoning geen positieve invloed heeft op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt, zoals vereist in de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het besluit van het college en wees de vergunningaanvraag af. Het college en de eigenaar van de woning stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het college terecht heeft geoordeeld dat de kamerbewoning een positieve invloed heeft, mede vanwege de verplichting tot vrijwilligerswerk in de huurovereenkomst en het ontbreken van recente overlastmeldingen.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van het college en de eigenaar gegrond en het incidenteel hoger beroep van de buurtbewoner ongegrond. Hierdoor blijft de vergunning voor kamerbewoning geldig. Tevens werd het betaalde griffierecht aan de eigenaar terugbetaald.
Uitkomst: De vergunning voor kamerbewoning blijft geldig; het hoger beroep van het college en eigenaar is gegrond, het beroep van de buurtbewoner ongegrond.