ECLI:NL:RVS:2025:5253

Raad van State

Datum uitspraak
4 november 2025
Publicatiedatum
31 oktober 2025
Zaaknummer
BRS.25.001335
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel door de minister van Asiel en Migratie

Op 4 november 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in een hoger beroep van een appellant tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd door de minister van Asiel en Migratie. De aanvraag was afgewezen bij besluit van 20 juni 2025. De rechtbank Den Haag had op 15 september 2025 het beroep van de appellant ongegrond verklaard. De appellant, vertegenwoordigd door mr. E.P.A. Zwart, heeft hoger beroep ingesteld. Tijdens de procedure heeft de minister laten weten dat de appellant met onbekende bestemming is vertrokken en dat er geen contact meer is met de gemachtigde van de appellant. De Afdeling heeft geconcludeerd dat de appellant geen belang meer heeft bij een beoordeling van het hoger beroep, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard. De minister is niet verplicht om proceskosten te vergoeden. De uitspraak is openbaar uitgesproken op 4 november 2025.

Uitspraak

BRS.25.001335
Datum uitspraak: 4 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 15 september 2025 in zaak nr. NL25.27493 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 20 juni 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 15 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E.P.A. Zwart, advocaat in Haarlem, hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een nader stuk ingediend, waarop de gemachtigde van appellant heeft gereageerd.
Overwegingen
1.        De minister heeft de Afdeling laten weten dat appellant met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van appellant heeft, hoewel de Afdeling hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld, niet laten weten dat hij nog contact met hem heeft. Daaruit leidt de Afdeling af dat appellant niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft appellant geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep.
2.        Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van N. Capel LLM, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Capel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 november 2025
1024