ECLI:NL:RVS:2025:5198
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit wegens vertrouwensbeginsel en evenredigheid bij afvoerbuizen
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde Kess Corporation een last onder dwangsom op wegens het aanbrengen van drie afvoerbuizen die afweken van de verleende omgevingsvergunning. De rechtbank oordeelde dat Kess Corporation overtreder was en dat het college mocht handhaven, waarbij het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen.
In hoger beroep stelde Kess Corporation dat het college had moeten afzien van handhaving vanwege gewekte verwachtingen door gemeentelijke toezichthouders. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de afvoerbuizen met knik en volgens aanwijzingen van de toezichthouder waren gemonteerd en dat het college jarenlang niet handhavend had opgetreden.
De Afdeling oordeelde dat Kess Corporation op grond van uitlatingen en gedragingen gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat niet handhavend zou worden opgetreden tegen de wijze van montage. Het college had dit vertrouwen niet mogen schenden zonder zwaarwegende belangen, die in dit geval ontbraken omdat er geen geluid- of geuroverlast was vastgesteld.
Daarom werd het handhavingsbesluit vernietigd en het primaire besluit geschorst totdat een nieuw besluit op bezwaar is genomen. Ook het invorderingsbesluit van de dwangsom werd vernietigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het handhavingsbesluit en het invorderingsbesluit worden vernietigd en het primaire besluit geschorst totdat een nieuw besluit is genomen.