ECLI:NL:RVS:2025:5138
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en aanpassing beslistermijn machtiging voorlopig verblijf wegens strijd met Awb en Gezinsherenigingsrichtlijn
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en stelde een beslistermijn van 90 dagen vast, gerekend vanaf het moment dat de minister de aanvraag inhoudelijk in behandeling neemt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat deze beslistermijn in strijd is met artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht en het recht op tijdige besluitvorming zoals neergelegd in artikel 5, vierde lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Daarom vernietigt zij het vonnis van de rechtbank voor zover het de minister opdraagt vóór 30 juli 2026 een besluit te nemen.
De Afdeling vervangt deze termijn door een flexibele termijn die varieert van vier tot twintig weken, afhankelijk van of de minister gelegenheid tot herstel van verzuimen en/of nader onderzoek aanbiedt. Tevens veroordeelt de Afdeling de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en stelt nieuwe flexibele termijnen voor het nemen van een besluit op de aanvraag machtiging voorlopig verblijf.