ECLI:NL:RVS:2025:5118
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 2 mei 2025 is afgewezen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 augustus 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep heeft de minister de Afdeling geïnformeerd dat appellant met onbekende bestemming Nederland heeft verlaten. Ondanks de gelegenheid die aan de gemachtigde van appellant is geboden om contact te onderhouden, is geen bericht ontvangen dat appellant nog bescherming in Nederland zoekt. Hierdoor concludeert de Afdeling dat appellant geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens wordt bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 oktober 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang van appellant.