ECLI:NL:RVS:2025:5114
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken in hoger beroep Woo-besluit
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag over een Woo-besluit van 29 augustus 2023. De minister heeft verzocht om alleen de Afdeling bestuursrechtspraak kennis te laten nemen van bepaalde ongelakte stukken, waaronder werkinstructies en bijlagen, vanwege gewichtige redenen zoals bescherming van persoonsgegevens en interne informatie.
De Afdeling heeft het verzoek getoetst aan artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij een belangenafweging plaatsvindt tussen het belang van partijen om over relevante informatie te beschikken en het belang van bescherming van privacy en het functioneren van de Belastingdienst.
De Afdeling oordeelt dat het belang van de minister zwaarder weegt dan het belang van appellant om volledige kennisneming te hebben. Het weglakken van persoonsgegevens en interne webadressen belemmert appellant niet in zijn procesvoering. Daarnaast zijn de aangevoerde redenen, waaronder het voorkomen van doxing en het beschermen van de procespositie van de Belastingdienst, als gewichtige redenen erkend.
De Afdeling concludeert dat het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd is en wijst dit toe. Hiermee wordt het fair-trial beginsel gerespecteerd zonder onnodige blootstelling van vertrouwelijke informatie.
Uitkomst: Het verzoek van de minister tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken wordt toegewezen.