ECLI:NL:RVS:2025:5098
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid besluit op bezwaar inzake inzageverzoek AVG door college van B&W Ommen
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Ommen om inzage van persoonsgegevens op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Het college verstrekte documenten met weggelakte gegevens en verklaarde het daaropvolgende bezwaar ongegrond. Appellante stelde dat het college niet tijdig op haar bezwaar had beslist, mede vanwege een uitgestelde hoorzitting.
De rechtbank Overijssel oordeelde dat het college wel tijdig had beslist, omdat de beslistermijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was opgeschort door het verzoek van appellante om de hoorzitting te verplaatsen. Appellante ging in hoger beroep tegen dit oordeel en stelde dat de vertraging haar niet kon worden toegerekend en dat zij niet had ingestemd met het uitstel.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat appellante zelf het uitstel van de hoorzitting naar januari 2023 had voorgesteld en dat zij naliet het college te verzoeken de hoorzitting te annuleren nadat zij besloot geen mondelinge toelichting te geven. De opschorting van de beslistermijn was daarom terecht toegepast. De Afdeling verbeterde de motivering van de rechtbank over het aanvangsmoment van de beslistermijn en bevestigde dat het college tijdig heeft beslist. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college heeft tijdig op het bezwaar beslist.