ECLI:NL:RVS:2025:5090
Raad van State
- Hoger beroep
- M.M. Kaajan
- G.O. van Veldhuizen
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing intrekking PAS-vergunning vanwege onvoldoende motivering passende maatregelen
Op 1 mei 2019 verleende het college van gedeputeerde staten van Utrecht een PAS-vergunning aan een vergunninghouder gevestigd te Westbroek. MOB en Leefmilieu verzochten op 17 juli 2019 om intrekking van deze vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb), stellende dat de vergunning in strijd met wettelijke voorschriften was verleend en dat de stikstofdepositie het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen bedreigde.
Het college wees het intrekkingsverzoek bij besluit van 3 oktober 2019 af en handhaafde dit standpunt in besluiten van 7 april 2020, 29 maart 2022 en 13 september 2022, met verwijzing naar herstel- en natuurherstelmaatregelen in het gebied. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van MOB en Leefmilieu gegrond en vernietigde het besluit van 7 april 2020 wegens onvoldoende onderbouwing van de passende maatregelen en het oordeel dat de PAS-vergunning in strijd met de wet was verleend.
In hoger beroep erkende het college dat de maatregelen onvoldoende waren onderbouwd, maar betwistte het oordeel over de strijdigheid van de vergunning met de wet. De Afdeling oordeelde dat de vergunning onrechtmatig was verleend omdat deze was gebaseerd op een passende beoordeling van het PAS die niet voldeed aan de eisen van het Hof van Justitie EU. De Afdeling vernietigt het besluit van 13 september 2022 voor zover het het intrekkingsverzoek afwijst en draagt het college op binnen 26 weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Daarnaast kende de Afdeling een schadevergoeding van €2000 toe aan MOB en Leefmilieu wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure en veroordeelde het college en de Staat tot vergoeding van proceskosten. Een verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de PAS-vergunning in rechte onaantastbaar is.
Uitkomst: Het besluit van 13 september 2022 wordt vernietigd voor zover het het verzoek tot intrekking van de PAS-vergunning afwijst en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.