ECLI:NL:RVS:2025:5063
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning huisvesting arbeidsmigranten Westland
Het college van burgemeester en wethouders van Westland heeft bij besluiten van 16 april 2019 geweigerd omgevingsvergunningen te verlenen voor het huisvesten van arbeidsmigranten op vier locaties in ’s-Gravenzande. Deze vergunningen betroffen verlengingen van eerder verleende vergunningen uit 2012, die voor vijf jaar waren afgegeven. De aanvragen werden aangemerkt als aanvragen voor bouwen en voor het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan "Glastuinbouwgebied Westland".
Het college baseerde de weigering op het feit dat de aanvragen niet voldeden aan het "Ontwikkelkader voor de realisatie van nieuwe locaties huisvesting arbeidsmigranten" van de gemeente Westland, vastgesteld op 18 september 2018. De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen van appellante tegen deze weigering ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht geen medewerking heeft verleend omdat de aanvragen niet voldeden aan de criteria van het ontwikkelkader. De Afdeling onderschreef het uitgebreide en gemotiveerde oordeel van de rechtbank en verwierp de overige aangevoerde bezwaren van appellante. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunningen bevestigd.