ECLI:NL:RVS:2025:4994
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 26 mei 2025 is afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep bij uitspraak van 19 september 2025 ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 16 oktober 2025 de voorlopige voorziening getroffen dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 907,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij de belangen van verzoeker in de asielprocedure worden gewogen tegen het bestuursrechtelijk kader. De voorzieningenrechter achtte het noodzakelijk om de uitzetting op te schorten in afwachting van de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.