ECLI:NL:RVS:2025:4989
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit mvv-aanvraag
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde een beslistermijn met dwangsom. Tegen dit vonnis stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens het hoger beroep verleende de minister de mvv aan appellant, waardoor het belang bij het hoger beroep verviel. De Afdeling verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang. Desondanks oordeelde de Afdeling dat de minister aan appellant tegemoet was gekomen door de mvv te verlenen, zodat de minister veroordeeld moest worden tot vergoeding van de proceskosten.
De Afdeling stelde de proceskostenvergoeding vast op €453,50, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het hoger beroep werd daarmee beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de beslistermijn.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen belang na verlening van de mvv, met veroordeling van de minister tot vergoeding van proceskosten.