ECLI:NL:RVS:2025:4967
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit mvv-aanvraag
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen een gestelde termijn alsnog te beslissen, met een dwangsom bij overschrijding.
Nadat de minister op 10 juni 2025 een mvv aan appellant had verleend, stelde appellant hoger beroep in tegen de duur van de beslistermijn die de rechtbank had bepaald. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant met het verlenen van de mvv haar beoogde doel had bereikt, waardoor het belang bij het hoger beroep was komen te vervallen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk, maar veroordeelde de minister wel tot vergoeding van de proceskosten die appellant had gemaakt in verband met het hoger beroep, omdat de minister door het verlenen van de mvv aan appellant tegemoet was gekomen. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 453,50, waarbij een wegingsfactor van 0,5 werd toegepast omdat het hoger beroep uitsluitend betrekking had op het niet tijdig nemen van het besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant inmiddels een mvv heeft ontvangen, maar de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.