ECLI:NL:RVS:2025:4948
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- C.H. Bangma
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes en waarschuwing wegens overtredingen minimumloon en arbeidstijdenwet
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 7 maart 2023 aan [appellante], een schoonmaakbedrijf actief op Schiphol, een schriftelijke waarschuwing en een bestuurlijke boete van €79.000,- op vanwege overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) en het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag. Tevens werd een boete van €11.250,- opgelegd wegens overtredingen van de Arbeidstijdenwet (Atw).
De boetes en waarschuwing volgden op een onderzoek naar aanleiding van een melding door een ex-werknemer in augustus 2020. De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen van [appellante] tegen deze besluiten ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat onvoldoende registratie van gewerkte uren was aangeleverd en dat de minister terecht boetes had opgelegd zonder eerst een waarschuwing te geven.
In hoger beroep voerde [appellante] onder meer aan dat sprake was van slechts één overtreding en dat de boetes onevenredig zwaar waren. De Raad van State verwierp deze gronden en oordeelde dat de minister bevoegd was tot het opleggen van de boetes en waarschuwing. Tevens werden nieuwe stukken van [appellante] buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De Raad van State bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boetes en waarschuwing en verklaart het hoger beroep ongegrond.