ECLI:NL:RVS:2025:4934
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot openbaarmaking interne financiële raming gemeente De Bilt
De appellant verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van een interne financiële raming betreffende de ontwikkeling van een terrein aan de Utrechtseweg 341 in De Bilt. De gemeenteraad had deze raming bestempeld als vertrouwelijk en de geheimhouding bekrachtigd vanwege mogelijke schade aan de financiële belangen van de gemeente.
De raad wees het verzoek af en handhaafde dit besluit in bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd meegewogen dat openbaarmaking de onderhandelingspositie van de gemeente zou verzwakken, zeker gezien lopende onderhandelingen over een nieuw bestemmingsplan.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere bezwaren, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Afdeling oordeelde dat de gemeente zich terecht op het belang van geheimhouding kon beroepen en dat het belang van de onderhandelingspositie zwaarder woog dan het openbaarmakingsbelang.
De Afdeling bevestigde daarmee het eerdere oordeel en wees het hoger beroep af. Tevens werd bepaald dat de raad geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot geheimhouding van de financiële raming wordt bevestigd.