ECLI:NL:RVS:2025:4845
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in vreemdelingenrechtelijke zaak betreffende verblijfsvergunning
Op 9 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan op een verzoek van A. Ilboga om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek volgde op een afwijzing van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 28 september 2023, waarin de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd werd afgewezen. De minister van Asiel en Migratie had het bezwaar van verzoeker tegen deze afwijzing ongegrond verklaard op 19 augustus 2024. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, verklaarde op 17 januari 2025 het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde het besluit van de minister, met de opdracht om een nieuw besluit te nemen. De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om te bepalen dat hij niet zou worden uitgezet totdat er een beslissing was genomen op het hoger beroep van de minister. De voorzieningenrechter heeft, na afweging van de belangen van verzoeker, besloten om de voorlopige voorziening te treffen. Dit houdt in dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Daarnaast is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die op € 907,00 zijn vastgesteld, en moet de minister ook het griffierecht van € 194,00 aan verzoeker vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. A. Kuijer, in aanwezigheid van griffier mr. A.M.L. Hanrath.