ECLI:NL:RVS:2025:483
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 24 mei 2024 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen, afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 16 januari 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeerde dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel was gekomen. Het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd de minister niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.