ECLI:NL:RVS:2025:481
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 3 augustus 2023 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 24 maart 2024 ongegrond werd verklaard, waarna de aanvraag inhoudelijk werd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, welke op 3 december 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet ontvankelijk was omdat de vreemdeling niet had toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, waardoor geen inhoudelijk oordeel kon worden gegeven.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De minister werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster op 10 februari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.