ECLI:NL:RVS:2025:4782
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over beslistermijn machtiging voorlopig verblijf
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen voor 30 oktober 2025 een besluit te nemen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte een beslistermijn van 90 dagen heeft opgelegd, omdat deze niet strookt met artikel 8:55d van de Awb en de Gezinsherenigingsrichtlijn. Daarom vernietigt de Afdeling het vonnis voor zover het de termijn bepaalt.
In plaats daarvan stelt de Afdeling nieuwe termijnen vast, variërend van vier tot twintig weken afhankelijk van de omstandigheden zoals herstel van verzuimen en nader onderzoek. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van proceskosten van €907,00 aan appellanten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de beslistermijn wordt vervangen door nieuwe termijnen variërend van vier tot twintig weken.