ECLI:NL:RVS:2025:477
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling na hoger beroep tegen rechtbankuitspraak
De minister heeft op 7 november 2024 een vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle. De rechtbank heeft op 26 november 2024 het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe rechtsvragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin zouden bevorderen. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak van 28 januari 2025 waarin een vergelijkbare rechtsvraag over het gebruikte formulier (M113) is beantwoord.
De Afdeling ziet geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.