ECLI:NL:RVS:2025:4478
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting na afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 20 juni 2025 is afgewezen. Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 september 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat zij wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter heeft op 18 september 2025 deze voorlopige voorziening toegewezen, waarbij is bepaald dat verzoeker niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt.
Daarnaast is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van €907,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan in het openbaar en bevestigd door de voorzieningenrechter A. Kuijer.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.