ECLI:NL:RVS:2025:4440
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onbevoegdheid inzake terugkeerbesluit
Op 26 september 2024 heeft de minister een eerder genomen terugkeerbesluit aangevuld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze aanvulling op 4 maart 2025 ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het rechtsgeldige terugkeerbesluit dateert van 30 november 2012. De besluiten van 23 oktober 2016 en 31 oktober 2018 zijn onverplicht genomen en hebben geen nieuwe rechtsgevolgen. De aanvulling van 26 september 2024 verwijst alleen naar het onverplicht genomen besluit van 31 oktober 2018 en is daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro.
Hierdoor had de rechtbank zich onbevoegd moeten verklaren om kennis te nemen van het beroep tegen deze aanvulling. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de rechtbank onbevoegd. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wordt onbevoegd verklaard en de uitspraak vernietigd; de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.