ECLI:NL:RVS:2025:4432
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak en in stand laten rechtsgevolgen omgevingsvergunning aanbouw Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 20 maart 2020 een omgevingsvergunning voor een tweelaagse aanbouw en een constructieve doorbraak van een draagmuur aan een woning te Rotterdam. Appellanten, wonend nabij de locatie, betwistten deze vergunning vanwege aantasting van hun woongenot. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 28 oktober 2020 en droeg het college op een nieuw besluit te nemen.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl appellanten voorwaardelijk incidenteel hoger beroep instelden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep van het college gegrond is en dat het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van appellanten ongegrond is. De Afdeling concludeerde dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand liet.
De Afdeling overwoog dat het bouwplan, inclusief het uitvullen van het souterrain en de vlonder met privacyscherm, trap en tuinhok, niet in strijd is met het bestemmingsplan. De Afdeling vernietigde de opdracht van de rechtbank aan het college om een nieuw besluit te nemen en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 28 oktober 2020 in stand blijven. Tevens werd het besluit van 17 maart 2023 van het college vernietigd omdat dit besluit op basis van de vernietigde uitspraak was genomen.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand en de opdracht aan het college om een nieuw besluit te nemen wordt vernietigd.