ECLI:NL:RVS:2025:443
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- J. Schipper-Spanninga
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet aannemelijke betalingsonmacht griffierecht
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag van appellant om een ontheffing voor haar dieselpersonenauto af. Appellant stelde beroep in tegen deze afwijzing, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zij in betalingsonmacht verkeerde om het griffierecht te voldoen.
In hoger beroep betoogde appellant dat zij wel in betalingsonmacht verkeerde, mede vanwege haar status als zelfstandig ondernemer, en dat het toetsingskader onduidelijk was. De Afdeling bestuursrechtspraak volgde dit niet en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellant niet in betalingsonmacht verkeerde, mede omdat zij een Tozo-uitkering ontving die gelijk stond aan de bijstandsnorm en zij beschikte over vermogen.
Daarnaast verzocht appellant om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling stelde vast dat de procedure iets langer dan vier jaar had geduurd, waardoor een vergoeding van €500 werd toegekend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de Staat werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellant ontvangt een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.