ECLI:NL:RVS:2025:4387
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake asielaanvraag
De minister van Asiel en Migratie wees op 9 januari 2025 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene ging in beroep bij de rechtbank Den Haag, die op 8 augustus 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. Betrokkene gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beoordeling van de grieven nader onderzoek vergt en dat de procedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling. Gezien de belangen van beide partijen werd besloten de voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is afgerond.
Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 18 september 2025.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.