ECLI:NL:RVS:2025:4150
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over te lange grensdetentie en toekenning schadevergoeding
Appellant werd op 25 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd door de minister van Asiel en Migratie, waarna hij in grensdetentie werd geplaatst. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de grensdetentie vanaf 24 februari 2025, dertien weken na oplegging van de maatregel, onrechtmatig was omdat appellant op die datum toegang tot Nederland had moeten krijgen. De rechtbank had dit onrechtmatig karakter moeten erkennen.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en kende appellant een schadevergoeding van €4.000 toe over de periode van 24 februari tot en met 4 april 2025. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Omdat de grensdetentie inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en kent appellant een schadevergoeding toe wegens te lange grensdetentie.