ECLI:NL:RVS:2025:4138
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- N.H. van den Biggelaar
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens verhuur zonder huisvestingsvergunning in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde aan appellant een boete van €10.000 op omdat hij een woning verhuurde zonder dat daarvoor een huisvestingsvergunning was verleend. De woning had 158 huurpunten, onder de grens van 185 waarvoor een vergunning vereist is. Inspecteurs constateerden de overtreding op 11 november 2022.
Appellant voerde aan dat investeringen van €65.000 in de woning tot meer huurpunten zouden leiden, maar de Raad van State volgde de rechtbank dat appellant dit onvoldoende onderbouwde. Ook werd betoogd dat het college eerst een last onder dwangsom had moeten opleggen, maar dit werd verworpen omdat het college bevoegd is direct een boete op te leggen.
De Raad van State oordeelde dat de boete van €10.000 te hoog was gezien het feit dat na constatering alsnog een huisvestingsvergunning is verleend. Op grond van artikel 5:46, derde lid, van de Awb matigde de Afdeling de boete tot €5.000. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het besluit tot boeteoplegging vernietigd voor zover het de hoogte betreft, en de proceskosten werden aan het college toegekend.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd van €10.000 naar €5.000 vanwege beperkte ernst van de overtreding.