ECLI:NL:RVS:2025:412
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor dierenartsenpraktijk ondanks strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân verleende op 15 februari 2021 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfspand ten behoeve van een dierenartsenpraktijk op een perceel in Workum. Dit gebruik is in strijd met het geldende bestemmingsplan, dat uitsluitend watersportgebonden bedrijven toestaat. Het college maakte gebruik van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid om de vergunning te verlenen. Een omwonende ondernemer, eigenaar van bedrijfverzamelgebouwen in de buurt, stelde beroep in tegen dit besluit en tegen de afwijzing van haar verzoek tot handhaving. De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid terecht werd toegepast en dat de bezwaren van de appellant onvoldoende waren onderbouwd. De stelling dat de afwijkingsbevoegdheid in strijd is met de Wet op de ruimtelijke ordening werd niet inhoudelijk behandeld omdat deze niet in eerste aanleg was aangevoerd. De vermeende foutieve verwijzing in het bestemmingsplan leidde niet tot het oordeel dat het college de bevoegdheid niet kon toepassen.
Verder was er geen sprake van onvoldoende belangenafweging door het college, noch van strijd met het Didam-arrest bij de verkoop van het perceel. Ook werd het motiveringsbeginsel niet geschonden bij de behandeling van het bezwaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.