ECLI:NL:RVS:2025:4086
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielzaak
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie op 24 april 2025 is afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep van verzoeker op 8 augustus 2025 ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 27 augustus 2025 besloten om verzoeker te beschermen tegen uitzetting totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op eerdere jurisprudentie en de belangenafweging waarbij de bescherming van verzoeker tegen onherstelbare gevolgen van uitzetting tijdens de procedure centraal staat. De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door voorzieningenrechter M. Soffers en griffier T. Toonen.
Uitkomst: Verzoeker wordt beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.