ECLI:NL:RVS:2025:4064
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over proceskostenvergoeding in asielzaak
Appellant had een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gekregen van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit over de ingangsdatum van de vergunning. Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank, specifiek over de hoogte van de proceskostenvergoeding.
De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat de rechtbank ten onrechte slechts één punt had toegekend voor de proceskostenvergoeding, terwijl appellant ook een punt had moeten krijgen voor het verschijnen op de zitting. Dit bleek uit het onderzoeksbesluit waarin stond dat appellant en zijn gemachtigde op de zitting aanwezig waren.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak over de proceskostenvergoeding en veroordeelde de minister tot een hogere vergoeding van € 2.267,50, bestaande uit € 1.814,00 voor het beroep en € 453,50 voor het hoger beroep. Het hoger beroep betrof uitsluitend de proceskostenvergoeding en de Afdeling paste een wegingsfactor van 0,5 toe.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis over de proceskostenvergoeding en veroordeelt de minister tot een hogere vergoeding van € 2.267,50 aan appellant.