ECLI:NL:RVS:2025:4047
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen besluit machtiging voorlopig verblijf
Bij besluit van 17 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen afgewezen. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat op 25 september 2024 opnieuw ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkenen op 7 juli 2025 gegrond, vernietigde het besluit gedeeltelijk en bepaalde dat de minister binnen acht weken een nieuw besluit moet nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat op het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet strekt tot het verplicht verlenen van de machtiging en dat uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 907,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.