ECLI:NL:RVS:2025:4035
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake beëindiging opvang in Landelijke Vreemdelingenvoorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beëindigde de opvang van betrokkene in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 14 mei 2024. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de minister op 2 oktober 2024 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar moest nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij een nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen voordat het hoger beroep is beslist. Betrokkene en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam leverden schriftelijke uiteenzettingen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State besloot op 21 augustus 2025 dat de minister geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen totdat het hoger beroep is beslist.