ECLI:NL:RVS:2025:3944
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen in asielzaak
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 10 februari 2025 is afgewezen. De rechtbank heeft op 11 augustus 2025 het beroep van verzoeker gegrond verklaard en het besluit van de minister vernietigd, terwijl de rechtsgevolgen van het besluit geheel in stand bleven.
Verzoeker heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om te voorkomen dat de minister de verstrekkingen per 18 augustus 2025 zou beëindigen. De voorzieningenrechter heeft bij wijze van ordemaatregel bepaald dat de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 18 augustus 2025 achterwege blijft, omdat de hogerberoepstermijn nog niet was verstreken.
Daarnaast is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B. Meijer in aanwezigheid van griffier K. Veen op 18 augustus 2025.
Uitkomst: De voorgenomen beëindiging van verstrekkingen aan verzoeker blijft achterwege en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.