ECLI:NL:RVS:2025:3937
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De minister van Asiel en Migratie heeft op 10 december 2024 besloten een asielaanvraag van betrokkene niet in behandeling te nemen. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 30 juni 2025 het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.
De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening, zodat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en gaf daarom de minister gelijk door de uitvoering van de uitspraak op te schorten. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.